Het eerste gedeelte van de route loop je door dennenbos. Diepe sporen maken duidelijk dat hier regelmatig in grote machines wordt rondgereden door bosbouwers. Als het flink heeft geregend kunnen deze sporen behoorlijk modderig worden.
Voordat je de Col d'Eliet bereikt moet je eerst flink stijgen, van 1398 naar 1683 meter. Je loopt gestaag omhoog, omringd door enorme varens die de grond onder de naaldbomen bedekken. Op de col aangekomen kun je even een kijkje nemen in de Cab d'Eliet, een onbemande berghut. Voor de cabane staat een bankje waar je even kunt pauzeren, voordat je de GR10 verder volgt in de richting van de Col d'Auedole (1727 meter). Dit is het hoogste punt van de route. Vanaf hier loop je zonder al te veel moeilijkheden richting het meer, waar je na ongeveer 1,5 uur arriveert. Aan je rechterhand schijn je op dit stuk van de route fantastisch uitzicht te hebben, maar stak in ons geval een dik wolkendek daar een stokje voor.
Het Étang d'Ayès wordt aan drie kanten omgeven door rotsige weiden die worden bevolkt door een kudde koeien. In het heldere water schieten vissen snel weg zodra je schaduw over hen valt. Met helder weer kun je hier heerlijk zitten en je ogen over de berghellingen laten gaan. Als wij er zijn doet het landschap meer denken aan een beschrijving van de Duitse schrijver Kurt Tucholsky: een stoombad - gezien vanuit een stoombad. Het heeft ook zijn charme.
De terugweg voert je via het Cirque de Campuls. Vanaf het meer loop je hiervoor een klein stukje terug om vervolgens tussen de bomen af te dalen richting de Cabane de Campuls (1401 meter). Loop je de route in dezelfde richting als wij, dan zul je af en toe over je schouder moeten kijken om de waterval te zien die zich het keteldal naar beneden laat vallen. In het dal aangekomen zit de grootste inspanning van deze wandeling erop. Via een brede weg met mooie uitzichten loop je terug naar de Route Forestière du Mount Ner, waar zich het startpunt van de wandeling bevindt. Wij deden ongeveer een uur over deze afdaling.