Volg in het begin de bordjes Kea Point Track. Na een tijdje kom je een bordje tegen met Sealy Tarns / Mueller Hut. Na een stukje door flink struikgewas begint de eerste uitdaging van deze track: honderden, honderden traptreden. Tellingen op internet verschillen, wij kwam in ieder geval tot meer dan 1.880 treden (anderen hebben het zelfs over 2.200 treden). Goed voor de beenspieren, een gratis workout! En de trap heeft de naam 'Stairway to heaven' gekregen, wat vooral met het prachtige uitzicht op de bergen en vallei te maken heeft. Je kunt aan beide kanten het einde van de vallei zien: met aan de ene kant Mount Cook en aan de andere kant Lake Pukaki. Spectaculair!
Na ongeveer 1 uur en drie kwartier lopen kun je een tussenstop maken bij Sealy Tarns (1.250 meter). Hier vind je twee bergmeertjes. Ook vanaf hier heb je al een supermooi uitzicht, maar wij gaan verder omhoog. De traptreden zijn achter de rug, maar het klauterwerk naar boven is nog niet voorbij. Er is vrijwel geen vlakke meter te vinden op deze track, wat deze wandeling vrij pittig maakt. In een uurtje of drie, vier stijg je een ruime 1.000 hoogtemeters!
Vanaf Sealy Tarns loop je eerst nog een stuk over losse stenen en grind. Wij lopen de wandeling halverwege november (eind van de lente) en dan ligt er nog behoorlijk wat sneeuw. Dat betekent nog een paar honderd meter door de sneeuw naar boven ploeteren en goed opletten dat je niet wegzakt. We zien een paar gaten waar je gerust tot aan je heupen in kunt verdwijnen. De route is in ons geval voornamelijk een kwestie van voetsporen volgen, maar als er geen sneeuw ligt wijzen oranje palen (van het soort dat je altijd bij skiwedstrijden ziet) je de weg.
Vanwege de sneeuw doen wij iets langer over de heenweg dan de aangegeven tijd. In zomerse omstandigheden zou je in 3 uur bij de hut kunnen zijn. Wij doen er minstens een uur langer over. Boven aangekomen opent zich een fantastische gletsjerwereld: om ons heen zien we grootse, witte bergen, waaronder de zuidflank van Mount Sefton, en af en toe stort met donderend geraas een stuk ijs naar beneden. Aan de rand van de berg vinden we een lunchplek met een vijfsterrenuitzicht. Diep onder ons zien we waar we vandaan zijn gekomen, en waar we straks weer naar terugkeren. Vanwege de sneeuw besluiten wij niet helemaal tot aan de hut te lopen (ongeveer 15 minuten verder), maar iets eerder weer om te draaien.
De route naar beneden volgt hetzelfde pad terug. Heb je last van knieën of enkels: dan zijn stokken op deze afdaling een grote must! Let bij regen of smeltwater goed op bij de losse stenen: het wordt hier modderig en heel erg glad. Maar vergeet ook niet regelmatig omhoog te kijken, en te genieten van het fantastische uitzicht!